Voorafgaand aan de voorstelling wordt er aandacht besteed aan het leren maken en voordragen van ´n eigen gedicht. Kinderen krijgen de opdracht een gedichtenbundel te maken.
De minister van Poezie neemt contact op met de kinderen om samen met haar een gedicht voor het staatshoofd te leren. Maar helaas voor de minister...het gaat fout.
Mevrouw Net en Zo weet met de hulp van de kinderen alles tot een goed einde te brengen.
Uit volle borst eindigde we de voorstelling met het zingen van een gedicht.
Als aandenken aan de voorstelling blijft de zelfgemaakte gedichtenbundel achter.
Een prinses, zij heet Sofietje, heeft een mooie droom.
Zij wil graag, niet te geloven, wonen in een boom.
Heel hoog in een huisje,
met haar konijntje Pluisje.
Het is wat raar maar heus echt waar
zij vindt dat fijn en ze zingt:
Ik wil een huis in de bomen
allemaal groene blaadjes.
Ik wil een huis in de bomen.
Hoog in de top.
De koninign heeft het verboden, zegt ben jij nu mal.
Prinsessen wonen in kastelen, altijd overal.
Zij slapen niet in bomen,
enkel in hun dromen.
Dat is toch raar, tis toch niet waar
maar zij vindt het fijn en ze zingt:
Ik wil een huis in de bomen
allemaal groene blaadjes
Ik wil een huis in de bomen.
Hoog in de top.
Prinses Sofietje pakt haar tasje en met een harde gil
zegt ze :"Mamma u moet weten ik doe wat ik wil.
Ik ga wonen in bomen.
Niet enkel in mijn dromen.
Het is wat raar , maar heus echt waar
Ik vind dat fijn en ik zing:
Ik wil een huis in de bomen,
allemaal groene blaadjes.
Ik wil een huis in de bomen.
Hoog in de top.